Feiten en cijfers

Kindermishandeling betekent dat een kind schade oploopt of risico loopt door het gedrag of de nalatigheid van een volwassene of oudere jongere. Het gaat niet om een ongeluk, maar om situaties waarin een kind niet de zorg, bescherming en veiligheid krijgt waar het recht op heeft. Dit kan de ontwikkeling van een kind ernstig in gevaar brengen. Kindermishandeling is altijd een schending van de rechten van het kind, zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind(01).  Lees meer over kindermishandeling en vormen.

Hoeveel kinderen maken kindermishandeling mee?

       Op basis van onderzoek gaan we ervan uit dat van de ruim 1,5 miljoen minderjarigen in Vlaanderen en Brussel, ongeveer 47.000 kinderen jaarlijks te maken hebben met kindermishandeling. Ter vergelijking: dat is evenveel als het totaal aantal inwoners van een middelgrote stad zoals Dendermonde, of een volledig gevuld Koning Boudewijnstadion.

     Als we naar andere internationale cijfers kijken over negatieve, ingrijpende jeugdervaringen, kunnen we stellen dat per klas gemiddeld 2 kinderen of jongeren in onveiligheid opgroeien.

Om zicht te krijgen op de omvang en prevalentie van kindermishandeling en verontrusting in Vlaanderen en België, maken we gebruik van drie soorten bronnen:

Kindermishandeling blijft vaak onopgemerkt, en ingrijpen is niet altijd eenvoudig. Voor kinderen die thuis onveilig zijn, is het spreken over hun situatie vaak moeilijk of zelfs onmogelijk. Daardoor belandt slechts een klein deel van de gevallen in de statistieken van hulpverlening of in de rapporten van politie en justitie.

Om een zo realistisch mogelijk beeld te krijgen, is het daarom belangrijk vooral te kijken naar cijfers uit wetenschappelijk onderzoek. Daarbij moeten we wel rekening houden met verschillen in definities en onderzoeksvragen. Bovendien is het beschikbare onderzoek in Vlaanderen en België beperkt; we vullen dit aan met internationale studies. Verdere studies in onze eigen context blijven nodig.

Over het algemeen kunnen we stellen dat het dark number van kindermishandeling hoog is: de cijfers die we hebben, tonen waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg.

Cijfers uit onderzoek 

Een grootschalige Nederlandse prevalentiestudie laat zien dat professionals jaarlijks bij ongeveer 3% van de minderjarigen kindermishandeling vaststellen. Omdat niet alle gevallen worden gesignaleerd, geldt dit cijfer als een ondergrens. Voor Vlaanderen bestaan geen vergelijkbare cijfers, maar we kunnen aannemen dat de situatie min of meer vergelijkbaar is.

Dat betekent dat van de ruim 1,5 miljoen minderjarigen in Vlaanderen en Brussel, ongeveer 47.000 kinderen jaarlijks te maken hebben met kindermishandeling. Ter vergelijking: dat is evenveel als het totaal aantal inwoners van een middelgrote stad zoals Dendermonde, of een volledig gevuld Koning Boudewijnstadion.

Percentage van het totaal aantal gevallen van kindermishandeling op basis van de Nederlandse prevalentiemonitor(02).

Soort kindermishandeling 
Bij 29% van de kinderen die mishandeling hebben meegemaakt was er sprake van meer dan één vorm van mishandeling(03).

De Vlaamse studie ‘Geweld, gemeten en geteld – scholenonderzoek 2018’ van UCLL geeft enkele belangrijke inzichten over geweldservaringen bij minderjarigen:

Binnen het gezin en vrijetijdssituaties ervaren kinderen en jongeren vooral verbaal geweld, zoals vloeken, roepen of bedreigen. In de thuissituatie komt emotioneel geweld het vaakst voor: maar liefst 80% van de bevraagde leerlingen had het afgelopen jaar minstens één vorm van emotioneel geweld meegemaakt. Fysiek geweld komt minder voor: ongeveer de helft van de leerlingen rapporteerde ten minste één vorm van fysiek geweld. In jeugdbewegingen lag het aandeel emotioneel geweld op 12%.

ACE's

Uit internationaal onderzoek blijkt dat 10-15% van de Westerse bevolking aangeeft 4 of meer ACE’s te ervaren in de kindertijd. ACE’s (Adverse Childhood Experiences, oftewel ingrijpende jeugdervaringen) omvatten alle vormen van mishandeling, verwaarlozing, geweld binnen de gemeenschap en disfunctioneren in het gezin. Deze ervaringen zijn vaak chronisch, veroorzaken stress en brengen de gezondheid en het welzijn van het kind daadwerkelijk of potentieel in gevaar.

Cijfers uit hulpverlening

Hulpverleningsinstanties en overheden publiceren jaarlijks cijfers die zicht geven op hun werking en deels ook op het fenomeen van kindermishandeling. Ook hier kan de manier van registratie verschillen of overlappen. Het geeft ons wel een beeld van de werking en bereik van hulpverlening en tendensen in die cijfers kunnen ons helpen om een beter zicht te krijgen op de problematiek van kindermishandeling en de aanpak ervan in Vlaanderen, Brussel en België.

Agentschap Opgroeien

Het jaarlijkse themarapport Verontrusting van het Agentschap Opgroeien bundelt cijfers van verschillende instanties en centra die werken rond of te maken hebben met verontrustende situaties bij kinderen. Het rapport bevat onder andere gegevens over:

  • Contactnames door burgers bij hulplijnen en instanties
  • Contactnames door professionals bij gespecialiseerde diensten
  • Meldingen van Maatschappelijke Noodzaak (MANO) bij gemandateerde voorzieningen
  • Gerechtelijke trajecten bij verontrustende situaties (VOS)

Het rapport geeft inzicht in het aantal contactnames, het aantal unieke betrokken kinderen en, waar specifiek geregistreerd, de gemelde problematieken.

Enkele specifieke cijfers lichten we hieronder uit; voor een volledig overzicht verwijzen we naar het volledige rapport van het Agentschap Opgroeien.

Vertrouwenscentra Kindermishandeling

Een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) is een multidisciplinair centrum in elke Vlaamse provincie en Brussel. Het VK fungeert als centraal aanspreekpunt voor meldingen van kindermishandeling en biedt advies, ondersteuning en hulpverlening aan gezinnen om mishandeling te stoppen, veiligheid te waarborgen en herstel te ondersteunen. In 2024 bleef het aantal meldingen stabiel met 7.501 meldingen, maar het aantal kinderen waarover melding wordt gedaan, nam toe: 10.913 kinderen, tegenover 10.671 in 2023. Opvallend is dat meldingen over emotionele mishandeling en verwaarlozing de afgelopen acht jaar met 41% zijn gestegen. In 2024 ging het om 2.147 meldingen. Ook het aantal dossiers binnen de werking van Maatschappelijke Noodzaak (MANO), dat de schakel vormt tussen vrijwillige en gedwongen hulp, stijgt. In 2024 werden 1.018 dossiers gemeld door justitie en hulpverlening bij de VK, tegenover 975 in 2023(04). Meer uitgebreide informatie is te vinden in het jaarverslag van de VK en het VECK.

1712

1712 is een hulplijn voor iedereen die vragen heeft over geweld, misbruik of kindermishandeling. De dienst is een samenwerking tussen de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Professionele hulpverleners van beide organisaties bieden telefonische en online ondersteuning. Net als in voorgaande jaren ging in 2024 het merendeel van de oproepen over geweld binnen de familiale context. Zo was 85% van de (mogelijke) slachtoffers het slachtoffer van geweld binnen het gezin, tegenover 11% van buiten het gezin. De meest voorkomende vormen van geweld waren:
  • Kindermishandeling: 58%
  • Partnergeweld: 15%
Daarnaast ondervond bijna de helft van de (mogelijke) slachtoffers emotioneel geweld of verwaarlozing, terwijl 31% te maken had met lichamelijk geweld of lichamelijke verwaarlozing en 11% met seksueel geweld(05).

Child Focus

Child Focus ontvangt meldingen over seksuele uitbuiting van minderjarigen, zoals tienerpooierschap, en over online seksueel grensoverschrijdend gedrag. In 2024 werd een stijging waargenomen bij verschillende vormen van seksueel misbruik:
  • Seksuele uitbuiting van minderjarigen in de prostitutie: 94 dossiers
  • Grensoverschrijdende sexting: 227 dossiers
  • Sextortion: 178 dossiers
  • Grooming: 43 dossiers
Daarnaast ontving Child Focus 1.899 meldingen over seksueel misbruikmateriaal van kinderen(06).

Zorgcentra na Seksueel Geweld

De Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) bieden allesomvattende zorg aan slachtoffers van seksueel geweld en geven advies aan hun steunfiguren. Alle zorg wordt gebundeld onder één dak en geleverd door een speciaal opgeleid team.

Uit de gegevens blijkt dat 32% van de slachtoffers die zich de voorbije jaren bij de ZSG meldden, minderjarig was(07).

Cijfers meldingen politie en justitie 

Dagelijks vinden er politietussenkomsten plaats voor Intrafamiliaal Geweld (IFG). In 2024 werden in Vlaanderen zo’n 27.000 proces-verbalen opgesteld voor IFG. Hoewel deze tussenkomsten betrekking kunnen hebben op verschillende situaties, is de mogelijke impact op kinderen en de rol van de politie in deze gevallen groot. Ook bij de Vlaamse jeugdparketten stroomt een aanzienlijk aantal kinderen door naar procedures in verband met verontrustende situaties. Deze cijfers, gebaseerd op gegevens van het Openbaar Ministerie, omvatten het aantal unieke kinderen waarbij justitie betrokken werd om hun veiligheid te waarborgen. Het gaat hierbij niet om strafzaken of veroordelingen. Cijfers uit Brussel zijn niet inbegrepen. In 2023 ging het bij de zes Vlaamse jeugdparketten om 37.817 unieke kinderen en jongeren, een stijging van 7,3% ten opzichte van 2022. Meer dan 60% van deze kinderen was jonger dan 12 jaar(08).

Bij wie komt kindermishandeling het vaakste voor? - Risicofactoren en beschermende factoren bij kindermishandeling

Algemeen wordt aangenomen dat kindermishandeling geen eenduidige oorzaak heeft, maar meestal het resultaat is van een combinatie en opeenstapeling van risicofactoren. Sommige factoren (of groepen factoren) wegen zwaarder dan andere. De belangrijkste risicofactoren zijn die die verband houden met de ouder(s) of verzorger(s). Het risico wordt bovendien groter wanneer deze factoren bij beide ouders aanwezig zijn(09). Een belangrijk aandachtspunt is dat sommige groepen kinderen en gezinnen anders worden beoordeeld. Zo kunnen culturele gebruiken of tradities van bepaalde minderheidsgroepen door professionals soms vergoelijkt worden (“dat is daar gewoon zo”), terwijl vergelijkbare situaties bij andere gezinnen kritisch worden bekeken. Discriminatie of vooroordelen kunnen zo het risico op meldingen en gepaste interventies beïnvloeden. Het is cruciaal dat risicobeoordelingen steeds objectief, genuanceerd en cultureel sensitief gebeuren(10).

Risicofactoren bij de ouder en het gezin:  

  • Ouder met een verleden van mishandeling  
  • Ouder met een lage scholing 
  • Ouder met een beperkt cognitief vermogen  
  • Ouder met een verslaving, psychisch probleem of persoonlijkheidsstoornis  
  • Ouder met een gebrek aan empathie voor het kind 
  • Ouder die op een destructieve manier met anderen omgaat  
  • Ouder met rigide en gebrekkige communicatiepatronen  
  • Gezinnen met partnergeweld  
  • Relatieproblemen bij de ouders, waaronder echt- en vechtscheidingen  
  • Periode van zwangerschap 
  • Stressfactoren (financiële problemen, werkloosheid, gebrek aan perspectief…) 
  • Sociaal isolement  

Risicofactoren bij het kind:  

  • Ongewenst kind 
  • Kind met een ziekte of handicap 
  • Kind met een lastige persoonlijkheid, gedrags- of ontwikkelingsprobleem  
  • Stief-, pleeg- of adoptiekind  
  • Prematuur geboren kind (verhoogd risico op hechtingsproblemen)  
  • Kind tussen 0 en 3 jaar (meer kwetsbaar, afhankelijk, eisend en egocentrisch) 
  • Groot gezin van 3 of meer kinderen 
  • Beperkte sociale vaardigheden  

Beschermende factoren kunnen een positieve kracht zijn in risicovolle situaties, en kunnen helpen om kindermishandeling en de negatieve invloeden van kindermishandeling te voorkomen.

Risicofactoren in de omgeving: 

  • Armoede 
  • Zwak sociaal netwerk  
  • Criminaliteit  
  • Geweld in de leefomgeving 
  • Gebrek aan adequate kinderzorg  
  • Sommige culturen waar eer-gerelateerd geweld voorkomt 
  • Sommige culturen waar genitale verminking voorkomt 

Beschermende factoren kunnen een positieve kracht zijn in risicovolle situaties, en kunnen helpen om kindermishandeling en de negatieve invloeden van kindermishandeling te voorkomen.

Beschermende factoren voor de ouder en het gezin:

  • Minder ernstige problematiek en milde symptomen
  • Beschikbaarheid andere ouder
  • Beschikbaar als ouder in stabiele periodes
  • Sociale competenties

Beschermende factoren voor het kind:

  • Creativiteit
  • Temperament dat goed bij de ouder past
  • Hogere intelligentie
  • Sociale competentie
  • Gedrevenheid
  • Groot probleemoplossend vermogen
  • Groot begrip en inzicht in zichzelf en anderen
  • Positieve schoolervaringen
  • Groot gevoel van zelfwaarde
  • Goede band met beschermende volwassenen
  • Positieve ervaringen met leeftijdsgenoten
  • Veel ontspannende activiteiten
  • Oudere leeftijd

Beschermende factoren in de omgeving:

  • Uitgebreid sociaal netwerk
  • Contact met hulpverlening
  • Positieve kijk op de samenleving

Lees meer over ingrijpende jeugdervaringen (ACEs) en beschermende factoren (PACEs).
Leer werken met risico- en beschermende factoren via de Kindreflex of volg een vorming.

VECK logo
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.